article-image

Walburga ‘Dolly’ Oesterreich wordt voor de rechtbank gedaagd op beschuldiging van de moord op haar man. Van links naar rechts: Detective Cline, mevrouw Oesterreich, rechter Channing Follette en een rechtbankverslaggever. (Foto: Bettmann/ Getty Images)

In april 1930 begon de Los Angeles Times met het publiceren van wat uiteindelijk maandenlang oogverblindende details zouden worden van een buitengewoon vreemde rechtszaak. Het ging over een “mooie” vrouw genaamd Dolly, haar vermoorde man, en haar minnaar, een man bekend als de “garret ghost” die, in opdracht van Dolly, leefde een “vleermuis-achtige leven in verborgen kamers.”

Het verhaal van hoe de drie met elkaar verstrengeld raakten is de meest lugubere pulpromans uit die tijd waardig.

Walburga “Dolly” Korschel, geboren in 1880, was een Duitse immigrante die opgroeide op een arme boerderij in het Midwesten. In haar vroege twintiger jaren trouwde ze met Fred Oesterreich, de rijke eigenaar van een succesvolle schortenfabriek. Het paar vestigde zich in Milwaukee, maar het huwelijksgeluk was ongrijpbaar – Fred dronk te veel en Dolly was seksueel onbevredigd. “Haar ogen en haar lusten zouden een lange rij mannen in haar leven brengen – en er één de dood in sturen,” schreef de LA Times.

Op een ongewoon warme herfstdag in 1913 vroeg Dolly aan Fred om een van de reparateurs van de fabriek naar het huis te sturen om haar naaimachine te repareren. Toen de 17-jarige Otto Sanhuber op de sierlijke dubbele deur van de Oesterreichs klopte, deed Dolly, toen 33 jaar oud, open met kousen aan, een zijden kamerjas en verder niets. In de grote slaapkamer bleef de stoffige oude Singer machine onaangeroerd; hetzelfde kon niet gezegd worden van mevrouw Oesterreich. Hun afspraakje die dag markeerde het begin van een seksuele relatie van meerdere decennia.

In de begindagen van hun affaire ontmoetten Dolly en Sanhuber elkaar in hotels. Al snel besloten ze het zekere voor het onzekere te nemen en hun vleselijke lusten te botvieren in het echtelijke bed van de Oesterreichs. Maar het hartland in 1913 was het epicentrum van een moreel conservatisme dat het Amerika van voor de seksuele revolutie kenmerkte. De buren werden achterdochtig over de frequente bezoeken van een man die Dolly haar “zwervende halfbroer” noemde.

Dolly had een oplossing: Sanhuber zou zijn baan opzeggen en op de zolder van de Oesterreichs gaan wonen. Fred ging nooit naar boven en de geliefden konden hun rendez-vous veilig uit het zicht van nieuwsgierige ogen voortzetten. De enige voorwaarde was dat de jonge Sanhuber zou moeten afzien van alle menselijke interactie met uitzondering van de tantrische tijd die hij elke dag met mevrouw Oesterreich doorbracht. Sanhuber vond het niet erg. Hij had geen noemenswaardige familie en, zoals de LA Times in 1930 meldde, zei hij dat hij van Dolly was gaan houden “zoals een jongen van zijn moeder houdt.”

article-image

Dolly Oesterreich, ca. 1930. (Foto: Publiek domein)

De zolder, die slechts was ingericht met een kinderbedje en een bureau, werd een leeg canvas waarop de tiener zijn innerlijke droomwereld projecteerde. s Nachts verslond hij de stapels nautische avonturenboeken die Dolly hem elke week uit de bibliotheek bracht. Net als de gestrande schipbreukelingen in zijn favoriete romans, behoedde Sanhuber zich voor waanzin door zijn gedachten bezig te houden met een enkelvoudig doel: zijn droom werd een obsessie: schrijven voor de pulps.

Pulp fictie tijdschriften waren de nazaten van de 19e-eeuwse “penny dreadful.” Voor 10 cent konden lezers hun wellustige nieuwsgierigheid bevredigen met verhalen over seks, moord, verslaving en waanzin. Pulps zoals Argosy (1882-1978) waren beroemd om de omslagen met half ontklede dames in nood die wachtten op een reddende held. Misschien zag Sanhuber, toen Dolly de deur opende in haar dunne zijden gewaad, een kans om zijn kunst te leven.

In 1918 woonde Sanhuber vijf jaar lang onopgemerkt op de zolder van de Oesterreichs, had hij regelmatig seks met Dolly en publiceerde hij zelfs enkele van zijn verhalen onder een pseudoniem. Ondertussen begon Fred aan zijn geestelijke gezondheid te twijfelen: Hij hoorde onverklaarbare geluiden van zolder komen, zijn sigaren raakten steeds kwijt, en hij kon zweren dat er soms vreemde schaduwen voor zijn slaapkamerdeur langsliepen. Hij besloot dat jaar naar Los Angeles te verhuizen, niet wetende dat het spook dat zijn huis in Milwaukee achtervolgde, hem naar het westen zou volgen.

Dolly stemde in met de verhuizing op voorwaarde dat het nieuwe huis een zolder zou hebben. Ze stuurde Sanhuber vooruit en tegen de tijd dat de Oesterreichs arriveerden, was de nu 22-jarige al gesetteld in zijn nieuwe huis.

In Los Angeles begon het huwelijk van de Oesterreichs te verslechteren. Fred dronk nog meer dan in Milwaukee en de ruzies tussen het echtpaar werden gewelddadig. Op 22 augustus 1922 brak er een bijzonder brute ruzie uit en Sanhuber, die vreesde voor Dolly’s leven, rende naar beneden en zwaaide met Freds twee .25 kaliber geweren. Hij vuurde drie kogels recht in de borst van zijn rivaal, en doodde hem onmiddellijk.

De geliefden besloten de scène op te zetten om het op een inbraak te laten lijken: Sanhuber nam Fred’s diamanten horloge en sloot Dolly op in de kast. Toen Sanhuber veilig naar de zolder was geslopen, begon Dolly te schreeuwen tot een van de buren de politie belde. De politie had geen reden om aan Dolly’s verhaal te twijfelen – ze kon zichzelf immers niet in de kast hebben opgesloten. Dus erfde de vrolijke weduwe de miljoenen van haar man en kocht een nieuw huis. Met een ruime zolder.

Ondanks dat het niet nodig leek Sanhuber op zolder te blijven verbergen, was de relatie tussen de geliefden na tien jaar veranderd in een relatie gebaseerd op dominantie en onderwerping. Jaren later zou Sanhuber een jury vertellen dat hij Dolly’s “seksslaaf” was, gevangen door zijn liefde voor haar.

Dolly begon uit te gaan met haar advocaat, Herman Shapiro, op welk punt ze begon met het maken van een reeks belastende fouten. Haar eerste was om Herman het diamanten horloge te geven dat zogenaamd was gestolen tijdens de “overval.” Herman herkende het horloge als dat van Frank, maar Dolly legde lief uit dat ze het onder een stoelkussen had gevonden en geen reden zag om het aan de politie te vertellen. Volgens de LA Times, die in 1923 over de moord berichtte, vroeg Dolly die avond een derde minnaar, Roy Klumb, om de moordwapens in de teerputten van La Brea weg te gooien.

In 1923 kwam de politie achter Franks horloge en bekende Klumb, na een heftige breuk met Dolly, dat hij de wapens had weggedaan. Ze arresteerden Dolly, maar omdat ze niet kon verklaren hoe ze zichzelf in de kast had opgesloten, moesten ze de aanklacht laten vallen en haar vrijlaten. Tijdens de hoorzittingen maakte ze nog een vernietigende fout toen ze Shapiro vroeg om eten te brengen naar haar op zolder wonende “vagebond halfbroer”. Sanhuber was blij Herman te zien. Hij had al meer dan tien jaar niet meer met een andere man gesproken en vertelde de advocaat verhalen over zijn seksuele uitspattingen. Shapiro schopte Sanhuber diezelfde dag nog van de zolder en de doodsbange jongeman vluchtte naar Canada.

Herman en Dolly’s relatie eindigde in 1930 op een zure noot. Uit wrok vertelde hij de politie over Sanhuber, die toevallig net was teruggekeerd naar Los Angeles. Tegen de tijd dat de ex-geliefden werden gearresteerd, hadden de kranten lucht gekregen van het smerige verhaal en volgden filmcamera’s Dolly en Sanhuber overal. Maar de uitkomst van het proces was niet zo veelbewogen als het publiek had gehoopt: hoewel de jury Sanhuber op 1 juli schuldig bevond aan doodslag, was de verjaringstermijn voor zo’n vergrijp zeven jaar. Er waren acht jaar verstreken sinds de dood van Frank. De aanklacht tegen Sanhuber werd ingetrokken.

article-image

Een krantenknipsel uit die tijd. (Foto: Publiek Domein)

Dolly werd vrijgesproken, waarna ze een nieuwe minnaar vond. Ze bleven 30 jaar bij elkaar en trouwden uiteindelijk. Ze stierf als vrije vrouw in 1961.

Sanhuber verliet Los Angeles en verdween. Tijdens de media waanzin die het proces omringde werd hij bekend als “de Bat Man van Los Angeles” vanwege zijn voormalige vleermuisgrot-achtige leefomstandigheden. (Superheldenstrips, de nazaten van pulpfictie, bestonden nog niet in 1930 en de galanterie die nu met de naam “Batman” wordt geassocieerd evenmin).

Dankzij de tabloidbehandeling die Sanhuber tijdens het proces kreeg, zag het publiek hem niet als de tragische romanticus die hij zich voorstelde te zijn, maar als een immorele seksuele deviant met een freaky voorliefde voor het zolderleven. De plaatsvervangend officier van justitie noemde hem een “meineed pleger van zijn eigen ziel.” Sanhuber mag dan bevrijd zijn van het vonnis van de wet, hij zou het moeten opnemen tegen het vonnis van krantenlezers die gefascineerd waren door het wulpse verhaal.

“Niets in fictie is dramatischer dan het verhaal van de plotselinge ruzie in de gang, het tevoorschijn komen van een gewapende duvelstoot, de worsteling, de moord, het opsluiten van mevrouw Oesterreich in een kast met de sleutel buiten en de mysterieuze verdwijning van de moordenaar terug in zijn hokje,” zei de LA Times in 1930. “Ja, we moeten toegeven dat fictie weer is overtroffen.”

Reageren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.