De tekst uit de Uniforme Serie die we bestuderen voor zondag 12 augustus is 2 Korintiërs 8:7-15, een gedeelte van Paulus’ bemoediging van de christenen in Korinthe met betrekking tot het inzamelen van geld voor de gemeente in Jeruzalem. Hier zijn enkele vragen over de tekst die we wel of niet in de klas willen overwegen:

In vers 7 zegt Paulus tegen de Korinthiërs dat ze uitblinken in (letterlijk: een overvloed hebben aan) “geloof, in spreken, in kennis, in uiterste vurigheid …” Is Paulus de Korinthiërs aan het “vleien”, denken wij? Of is er iets anders aan de hand? Wat? Waarom denken wij dat? Hoe zijn de Korinthiërs aan deze overvloed gekomen, denken wij?

Is er een verband tussen de overvloed die Paulus beschrijft in vers 7, de “genadige handeling van onze Here Jezus Christus” in vers 9, en de verwijzing naar het manna in de woestijn in vers 15? Welk verband zien we? Suggereert Paulus iets met deze voorbeelden? Wat denken wij?

In vers 8 zegt Paulus dat hij “de echtheid van uw liefde toetst aan de gretigheid van anderen.” Wat is onze reactie op deze uitspraak? Waarom? Hebben wij zelf wel eens conclusies getrokken over de oprechtheid of genegenheid van mensen uit hun gedrag? Wanneer? Welke conclusies hebben we getrokken, en waarom? Wat denken we dat Paulus hier zoekt? Waarom zou hij daar naar op zoek zijn? Waarom denken wij dat?

In vers 8 en vers 10 merkt Paulus op dat hij advies geeft, geen opdracht. Zijn we ooit in een situatie geweest waarin we advies moesten of wilden geven in plaats van mensen te bevelen of te vertellen wat ze moesten doen? Wat waren de kenmerken van die situatie? (B.v., wat was onze relatie tot de andere persoon of personen? Wat waren onze motieven?) Geeft die ervaring ons enig inzicht in wat Paulus hier zou kunnen doen? Welk inzicht is dat?

Zou het een verschil maken als de Korinthiërs hun offer voltooiden in gehoorzaamheid aan een bevel, of in reactie op advies of aanmoediging? Welk verschil? Waarom? Voelen wij ons hier gelijk aan de Korinthiërs, of anders dan zij? Hoe?

Wat lijkt “een eerlijk evenwicht” te betekenen in verzen 13 & 14? Wat houdt het in – dat wil zeggen, waar is de “eerlijke balans” een eerlijke balans van? Wat geeft ons die indruk? Heeft dit eerlijke evenwicht iets te maken met de “genadige handeling van onze Here Jezus Christus” in vers 9? Met het manna in de woestijn in vers 15? Wat is dat? Waarom zeggen we dat? Wat zou die eerlijke balans met ons te maken hebben, denken wij? Waarom denken we dat?

Schilderen van figuren in een gesprek

Reageren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.