Full Text

  • De in de World Economic Outlook van april voorspelde opleving van de mondiale groei blijft op schema, met een verwachte groei van de mondiale productie van 3,5 procent in 2017 en 3,6 procent in 2018. Achter de ongewijzigde mondiale groeiprognoses gaan enigszins uiteenlopende bijdragen op nationaal niveau schuil. De Amerikaanse groeiprognoses zijn lager dan in april, vooral omdat ervan wordt uitgegaan dat het begrotingsbeleid minder expansief zal zijn dan eerder werd verwacht. De groei is opwaarts herzien voor Japan en vooral voor de eurozone, waar de positieve verrassingen voor de bedrijvigheid eind 2016 en begin 2017 wijzen op een solide momentum. Ook de groeiprognoses voor China zijn opwaarts herzien als gevolg van een sterk eerste kwartaal van 2017 en de verwachting dat de begrotingssteun wordt voortgezet. De inflatie in de geavanceerde economieën blijft gematigd en over het algemeen onder de streefcijfers; zij is ook gedaald in verschillende opkomende economieën, zoals Brazilië, India en Rusland.
  • De risico’s rond de mondiale groeiprognose lijken elkaar op korte termijn min of meer in evenwicht te houden, maar op middellange termijn blijven ze overwegend neerwaarts gericht. Positief is dat de conjuncturele opleving sterker en duurzamer kan zijn in Europa, waar het politieke risico is afgenomen. Negatief is dat de hoge marktwaarderingen en de zeer lage volatiliteit in een klimaat van grote beleidsonzekerheid de kans op een marktcorrectie vergroten, wat de groei en het vertrouwen zou kunnen afremmen. De meer stimulerende beleidskoers in China, met name de sterke kredietgroei, gaat gepaard met toenemende neerwaartse risico’s voor de middellangetermijngroei. De normalisering van het monetaire beleid in sommige geavanceerde economieën, met name de Verenigde Staten, kan leiden tot een sneller dan verwachte verkrapping van de mondiale financiële voorwaarden. En andere risico’s die in de WEO van april 2017 zijn besproken, waaronder een draai naar binnenwaarts gericht beleid en geopolitieke risico’s, blijven relevant.
  • De voorspelde mondiale groeicijfers voor 2017-18 zijn weliswaar hoger dan de voor 2016 geschatte 3,2 procent, maar liggen onder de gemiddelden van voor de crisis, met name voor de meeste geavanceerde economieën en voor grondstoffenexporterende opkomende en zich ontwikkelende economieën. Veel van de eerstgenoemde economieën kampen met overcapaciteit en met tegenwind voor de potentiële groei als gevolg van vergrijzing, zwakke investeringen en een langzaam voortschrijdende productiviteit. Gelet op de zwakke kerninflatie en de matige loondruk moet het beleid gericht blijven op het conformeren van de inflatieverwachtingen aan de doelstellingen, het dichten van de output gaps en – waar nodig – het herstellen van het externe evenwicht. Hervormingen om de potentiële productie te verhogen zijn van essentieel belang, en de trage groei van de totale productie maakt het des te belangrijker dat de winsten breed worden verdeeld over de inkomensverdeling. In veel opkomende economieën moeten de risico’s voor de financiële stabiliteit nauwlettend in het oog worden gehouden. Grondstoffenexporteurs moeten zich blijven aanpassen aan lagere inkomsten, en hun bronnen van groei op termijn diversifiëren.

De wereldeconomie houdt momentum

Het conjunctuurherstel zet door. De groeiresultaten in het eerste kwartaal van 2017 waren hoger dan de WEO-prognoses van april in grote opkomende en zich ontwikkelende economieën zoals Brazilië, China en Mexico, en in verschillende geavanceerde economieën waaronder Canada, Frankrijk, Duitsland, Italië en Spanje. Hoogfrequente indicatoren voor het tweede kwartaal wijzen op een aanhoudende versterking van de mondiale bedrijvigheid. Met name de groei van de wereldhandel en de industriële productie bleven ruim boven de percentages van 2015-2016, ondanks een terugval ten opzichte van het zeer hoge tempo van eind 2016 en begin 2017. De inkoopmanagersindices (PMI’s) wijzen op aanhoudende kracht in de verwerkende industrie en de dienstensector.

Grondstoffen en inflatie. De olieprijzen zijn gedaald als gevolg van sterke voorraadniveaus in de Verenigde Staten en een toename van het aanbod. Ook de algemene inflatie is over het algemeen afgezwakt naarmate het effect van de opleving van de grondstoffenprijzen in de tweede helft van 2016 wegebde, en blijft in de meeste geavanceerde economieën op een niveau dat ruim onder de streefcijfers van de centrale banken ligt. De kerninflatie is over het algemeen stabiel gebleven. Ook in de opkomende economieën is de kerninflatie grotendeels stabiel gebleven, met in enkele landen, zoals Brazilië en Rusland, sterke dalingen.

Obligatie- en aandelenmarkten. De langetermijnrendementen op obligaties in de geavanceerde economieën, die sinds maart waren gedaald, veerden eind juni en begin juli weer op. De Amerikaanse Federal Reserve verhoogde de korte rente in juni, maar de markten verwachten nog steeds een zeer geleidelijke normalisering van het Amerikaanse monetaire beleid. De obligatiespreads ten opzichte van Duitsland zijn in Frankrijk, Italië en Spanje scherp gedaald als gevolg van de afgenomen verkiezingsonzekerheid en de zich aandienende tekenen van herstel. De aandelenkoersen in de geavanceerde economieën blijven sterk, wat wijst op aanhoudend marktoptimisme over de bedrijfswinsten. De markten zijn ook optimistisch over de vooruitzichten van de opkomende markten, zoals blijkt uit de aantrekkende aandelenmarkten en een verdere inkrimping van de rentespreads. Olie-exporteurs vormen een uitzondering op dit patroon, in het licht van de duidelijke verzwakking van de olieprijzen sinds maart.

Wisselkoersen en kapitaalstromen. Sinds eind juni is de Amerikaanse dollar in reële effectieve termen met ongeveer 3½% gedeprecieerd, terwijl de euro met eenzelfde percentage is gestegen als gevolg van een toegenomen vertrouwen in het herstel van de eurozone en een afname van het politieke risico. In dezelfde periode waren de wisselkoersveranderingen voor de valuta’s van de opkomende landen relatief bescheiden, met een lichte appreciatie van de Mexicaanse peso als gevolg van een strakker monetair beleid en minder bezorgdheid over de handelsfricties in de VS, en een depreciatie van de Braziliaanse real als gevolg van hernieuwde politieke onzekerheid. De kapitaalstromen naar opkomende economieën zijn in de eerste maanden van 2017 veerkrachtig geweest, met een opmerkelijke opleving van de instroom van niet-ingezeten portefeuillebeleggingen.

Wereldwijde groeiprognose trekt aan in 2017 en 2018

Wereldwijde groei voor 2016 wordt nu geraamd op 3,2 procent, iets sterker dan de prognose van april 2017, voornamelijk als gevolg van een veel hogere groei in Iran en een sterkere activiteit in India na herzieningen van de nationale rekeningen. Voorspeld wordt dat de economische activiteit in zowel de geavanceerde economieën als de opkomende en zich ontwikkelende economieën in 2017 zal versnellen tot respectievelijk 2 procent en 4,6 procent, waarbij de mondiale groei naar verwachting 3,5 procent zal bedragen, ongewijzigd ten opzichte van de prognose van april. De groeiprognose voor 2018 is 1,9 procent voor de geavanceerde economieën, 0,1 procentpunt lager dan in de WEO van april 2017, en 4,8 procent voor de opkomende en zich ontwikkelende economieën, evenveel als in het voorjaar. De mondiale groeiprognose voor 2018 blijft ongewijzigd op 3,6 procent. De herzieningen weerspiegelen voornamelijk de macro-economische gevolgen van wijzigingen in de beleidsveronderstellingen voor de twee grootste economieën ter wereld, de Verenigde Staten en China, zoals hieronder besproken.

Geavanceerde economieën

  • De groeiprognose in de Verenigde Staten is naar beneden bijgesteld van 2,3 procent naar 2,1 procent in 2017 en van 2,5 procent naar 2,1 procent in 2018. Hoewel de verlaging van de prognose voor 2017 deels het zwakke groeiverloop in het eerste kwartaal van het jaar weerspiegelt, is de belangrijkste factor achter de groeiherziening, met name voor 2018, de aanname dat het begrotingsbeleid minder expansief zal zijn dan eerder werd aangenomen, gezien de onzekerheid over het tijdstip en de aard van wijzigingen in het Amerikaanse begrotingsbeleid. De marktverwachtingen voor budgettaire stimuleringsmaatregelen zijn ook teruggelopen.
  • De groeiprognose is voor 2017 ook naar beneden bijgesteld voor het Verenigd Koninkrijk vanwege de zwakker dan verwachte activiteit in het eerste kwartaal.
  • De groeiprognoses voor 2017 zijn daarentegen naar boven bijgesteld voor veel eurolanden, waaronder Frankrijk, Duitsland, Italië en Spanje, waar de groei in het eerste kwartaal van 2017 over het algemeen boven de verwachtingen uitkwam. Samen met positieve groeiherzieningen voor het laatste kwartaal van 2016 en hoogfrequente indicatoren voor het tweede kwartaal van 2017 duidt dit op een sterkere dynamiek van de binnenlandse vraag dan eerder werd verwacht.
  • De groeiprognose voor 2017 is ook opwaarts herzien voor Canada, waar de levendige binnenlandse vraag de groei in het eerste kwartaal opdreef tot 3.7 procent en indicatoren wijzen op veerkrachtige activiteit in het tweede kwartaal, en marginaal voor Japan, waar particuliere consumptie, investeringen en export de groei in het eerste kwartaal ondersteunden.

Opkomende en zich ontwikkelende economieën

Voorspeld wordt dat de activiteit in opkomende en zich ontwikkelende economieën duurzaam zal aantrekken, met een groei die oploopt van 4,3 procent in 2016 tot 4,6 procent in 2017 en 4,8 procent in 2018. Deze prognoses weerspiegelen opwaartse herzieningen, ten opzichte van april, van 0,2 procentpunt voor 2016, en 0,1 procentpunt voor 2017. Net als in de meest recente WEO-prognosejaren wordt de groei in de eerste plaats geschraagd door grondstoffenimporteurs, maar de opleving weerspiegelt in belangrijke mate de geleidelijk verbeterende omstandigheden in grote grondstoffenexporteurs die in 2015-2016 een recessie doormaakten, in veel gevallen veroorzaakt of verergerd door dalende grondstoffenprijzen.

  • Verwacht wordt dat de groei van China in 2017 op 6,7 procent zal blijven, hetzelfde niveau als in 2016, en in 2018 slechts licht zal afnemen tot 6,4 procent. De prognose voor 2017 is met 0,1 procentpunt naar boven bijgesteld als gevolg van het sterker dan verwachte resultaat in het eerste kwartaal van het jaar, dat werd geschraagd door eerdere beleidsversoepelingen en hervormingen aan de aanbodzijde (waaronder inspanningen om de overcapaciteit in de industriële sector te verminderen). Voor 2018 weerspiegelt de opwaartse bijstelling met 0,2 procentpunt vooral de verwachting dat de autoriteiten de noodzakelijke begrotingsaanpassing zullen uitstellen (met name door de overheidsinvesteringen op een hoog niveau te houden) om hun doelstelling van een verdubbeling van het reële bbp in 2010 tegen 2020 te halen. Uitstel gaat echter ten koste van verdere grote schuldstijgingen, dus de neerwaartse risico’s rond dit basisscenario zijn ook toegenomen.
  • De groei in India zal naar verwachting verder aantrekken in 2017 en 2018, in overeenstemming met de prognose van april 2017. Hoewel de activiteit vertraagde na het wisselkoersinitiatief, was de groei voor 2016 – 7,1 procent – hoger dan verwacht als gevolg van sterke overheidsuitgaven en gegevensherzieningen die een sterker momentum in het eerste deel van het jaar laten zien. Dankzij een aantrekkende wereldhandel en een aantrekkende binnenlandse vraag zal de groei in de ASEAN-5-economieën naar verwachting robuust blijven op ongeveer 5 procent, met doorgaans sterke resultaten in het eerste kwartaal die leiden tot een lichte opwaartse bijstelling voor 2017 ten opzichte van de WEO van april.
  • In Opkomend en zich ontwikkelend Europa zal de groei in 2017 aantrekken, vooral onder impuls van een hogere groeiprognose voor Turkije, waar de export zich in het laatste kwartaal van 2016 en het eerste kwartaal van 2017 sterk heeft hersteld na vier kwartalen van gematigde krimp, en waar de externe vraag naar verwachting sterker zal zijn door betere vooruitzichten voor de handelspartners in het eurogebied. Verwacht wordt dat de Russische economie zich in 2017 en 2018 geleidelijk zal herstellen, in overeenstemming met de prognose van april.
  • Na een krimp in 2016 wordt verwacht dat de economische activiteit in Latijns-Amerika zich in 2017-18 geleidelijk zal herstellen naarmate enkele landen – waaronder Argentinië en Brazilië – uit hun recessie komen. In vergelijking met de WEO van april 2017 is de Braziliaanse groeiprognose voor 2017 nu hoger in het licht van het sterke eerste kwartaal, maar de aanhoudende zwakte van de binnenlandse vraag en een toename van de politieke en beleidsonzekerheid zullen tot uiting komen in een meer gematigd tempo van herstel, en bijgevolg in een lagere verwachte groei in 2018. De groeiprognose voor Mexico voor 2017 wordt naar boven bijgesteld van 1,7 naar 1,9 procent vanwege de sterke activiteit in het eerste kwartaal van het jaar, met een ongewijzigde prognose voor 2018. De herzieningen voor de rest van de regio zijn overwegend neerwaarts, onder meer wegens een verdere verslechtering van de omstandigheden in Venezuela.
  • De groei in het Midden-Oosten, Noord-Afrika, Afghanistan en Pakistan zal in 2017 naar verwachting aanzienlijk vertragen, voornamelijk als gevolg van een vertraging van de bedrijvigheid in de olie-exporterende landen, alvorens zich in 2018 te herstellen. De prognose voor 2017-18 is grotendeels ongewijzigd ten opzichte van de WEO van april 2017, maar het groeiverloop in 2016 is naar schatting aanzienlijk sterker geweest in het licht van de hogere groei in Iran. Indien de recente daling van de olieprijzen aanhoudt, kan dit de vooruitzichten voor de olie-exporteurs van de regio verder negatief beïnvloeden.
  • In Afrika bezuiden de Sahara blijven de vooruitzichten uitdagend. De groei zal naar verwachting in 2017 en 2018 stijgen, maar zal dit jaar voor de regio als geheel nauwelijks weer positief worden per hoofd van de bevolking – en negatief blijven voor ongeveer een derde van de landen in de regio. De lichte opwaartse bijstelling van de groei voor 2017 ten opzichte van de WEO-prognose van april 2017 weerspiegelt een bescheiden opwaardering van de groeivooruitzichten voor Zuid-Afrika, dat een recordoogst beleeft als gevolg van betere regenval en een toename van de mijnbouwproductie onder impuls van een matige opleving van de grondstoffenprijzen. De vooruitzichten voor Zuid-Afrika blijven echter moeilijk, met een verhoogde politieke onzekerheid en een zwak consumenten- en ondernemersvertrouwen, en de groeiprognose van het land is daarom voor 2018 naar beneden bijgesteld.

Risico’s

De risico’s op korte termijn houden elkaar min of meer in evenwicht, maar de risico’s op middellange termijn vertonen nog steeds een neerwaartse neiging. De risico’s voor de Amerikaanse prognose zijn tweezijdig: de tenuitvoerlegging van een budgettaire stimulans (zoals een belastinghervorming die de inkomsten vermindert) kan de Amerikaanse vraag en productiegroei tot boven de basisprognose opdrijven, terwijl de tenuitvoerlegging van de in de begroting van de regering voorgestelde consolidatie op basis van de uitgaven deze groei zou doen dalen. Positief is dat de opleving van de bedrijvigheid in de eurozone, die wordt geschraagd door een gunstig marktsentiment en geringere politieke risico’s, krachtiger en duurzamer kan zijn dan thans wordt verwacht. Negatief is dat aanhoudende beleidsonzekerheid of andere schokken tot een correctie van de rijke marktwaarderingen kunnen leiden, vooral voor aandelen, en tot een toename van de volatiliteit ten opzichte van de huidige zeer lage niveaus. Dit zou op zijn beurt de bestedingen en het vertrouwen meer in het algemeen kunnen aantasten, vooral in landen met een grote financiële kwetsbaarheid. Lagere grondstoffenprijzen zouden de macro-economische spanningen verder verergeren en de aanpassingsbehoeften in tal van grondstoffenexporterende landen bemoeilijken. Andere neerwaartse risico’s die de kracht en de duurzaamheid van het herstel bedreigen, zijn onder meer:

  • Een langduriger periode van beleidsonzekerheid. Ondanks een afname van de verkiezingsrisico’s blijft de onzekerheid over het beleid groot en kan zij nog toenemen als gevolg van bijvoorbeeld het moeilijk te voorspellen regelgevings- en begrotingsbeleid van de VS, onderhandelingen over post-Brexit-regelingen of geopolitieke risico’s. Dit kan het vertrouwen schaden, particuliere investeringen ontmoedigen en de groei verzwakken.
  • Financiële spanningen. Als China er niet in slaagt de recente aandacht voor de risico’s in de financiële sector voort te zetten en de buitensporige kredietgroei te beteugelen (hoofdzakelijk via een strenger macroprudentieel beleid), kan dit leiden tot een abrupte groeivertraging, met negatieve overloopeffecten naar andere landen via de handel, de grondstoffenprijzen en het vertrouwen. Een sneller dan verwachte normalisering van het monetaire beleid in de Verenigde Staten zou kunnen leiden tot een verstrakking van de mondiale financiële voorwaarden en tot omkeerbewegingen in de kapitaalstromen naar opkomende economieën, samen met een appreciatie van de Amerikaanse dollar, waardoor opkomende economieën met een groot hefboomeffect, Amerikaanse dollarkoppelingen of balansonevenwichtigheden onder druk zouden komen te staan. Tegelijkertijd zouden de handelspartners van de VS, voor zover een dergelijke verkrapping van het monetaire beleid een weerspiegeling is van de betere vooruitzichten van de VS, profiteren van positieve overloopeffecten op de vraag. In sommige landen van de eurozone kunnen zwakke bankbalansen en ongunstige winstvooruitzichten in combinatie met hogere politieke risico’s de bezorgdheid over de financiële stabiliteit doen herleven, en een stijging van de langetermijnrente zou de dynamiek van de overheidsschuld doen toenemen. Ten slotte zou een brede terugdraaiing van de versterking van de financiële regelgeving en het toezicht die sinds de crisis is bereikt – zowel nationaal als internationaal – de kapitaal- en liquiditeitsbuffers kunnen verlagen of de doeltreffendheid van het toezicht kunnen verzwakken, met negatieve gevolgen voor de mondiale financiële stabiliteit.
  • Naar binnen gericht beleid. Op langere termijn zou het uitblijven van een verhoging van de potentiële groei en van een meer inclusieve groei het protectionisme kunnen aanwakkeren en marktvriendelijke hervormingen kunnen belemmeren. Dit kan onder meer leiden tot verstoorde mondiale toeleveringsketens, een lagere mondiale productiviteit en minder betaalbare verhandelbare consumptiegoederen, waardoor huishoudens met een laag inkomen onevenredig zwaar worden getroffen.
  • Niet-economische factoren. Toenemende geopolitieke spanningen, binnenlandse politieke onenigheid en schokken als gevolg van zwak bestuur en corruptie kunnen allemaal op de economische bedrijvigheid wegen.

Deze risico’s hangen met elkaar samen en kunnen elkaar wederzijds versterken. Zo kan een naar binnen gekeerde beleidskoers gepaard gaan met toegenomen geopolitieke spanningen en met een toenemende wereldwijde risicoaversie; niet-economische schokken kunnen rechtstreeks op de economische bedrijvigheid wegen en het vertrouwen en het marktsentiment aantasten; en een sneller dan verwachte aanscherping van de mondiale financiële voorwaarden of een verschuiving in de richting van protectionisme in geavanceerde economieën kan de druk van de opkomende markten om kapitaal te laten wegvloeien, opnieuw doen toenemen.

Beleid

Beleidskeuzes zullen derhalve van cruciaal belang zijn om de vooruitzichten vorm te geven en de risico’s te beperken.

  • Versterking van het momentum. Nu de conjunctuuromstandigheden in de landen uiteenlopen, blijven uiteenlopende standpunten van het monetaire en het begrotingsbeleid aangewezen. In de geavanceerde economieën waar de vraag nog tekortschiet en de inflatie te laag is, moet de monetaire en (waar mogelijk) budgettaire ondersteuning worden voortgezet; elders moet het monetaire beleid geleidelijk worden genormaliseerd, in overeenstemming met de economische ontwikkelingen, en moet het begrotingsbeleid gericht zijn op ondersteuning van de hervormingen die erop gericht zijn het aanbodpotentieel van de economie te verruimen. Landen die begrotingsconsolidatie behoeven, moeten dit doen met groeivriendelijke maatregelen. De opkomende markteconomieën moeten, waar mogelijk, de wisselkoersen als buffer tegen schokken blijven hanteren.
  • De groei veerkrachtig en evenwichtig maken. Inspanningen om de balansen van de particuliere sector sneller te herstellen en de houdbaarheid van de overheidsschuld te waarborgen, zijn essentiële grondslagen voor een veerkrachtig herstel. Hetzelfde geldt voor de inspanningen van zowel overschot- als tekortlanden om buitensporige onevenwichtigheden op de lopende rekening terug te dringen.
  • Een hoge en inclusieve groei op lange termijn ondersteunen. Dit doel vereist goed gefaseerde en op maat gesneden structurele hervormingen om de productiviteit en de investeringen te stimuleren, maatregelen om de genderkloof in de arbeidsparticipatie te verkleinen, en actieve steun voor degenen die worden getroffen door verschuivingen in technologie of handel.
  • Vergroting van de veerkracht in lage-inkomenslanden. Onder de ontwikkelingslanden met lage inkomens hebben grondstoffenexporteurs doorgaans aanzienlijke aanpassingen nodig om macro-economische onevenwichtigheden te corrigeren, een uitdaging die voor brandstofexporteurs nog groter zou worden door een aanhoudende daling van de olieprijzen. De beleidsprioriteiten voor gediversifieerde ontwikkelingslanden met een laag inkomen lopen uiteen, gezien de uiteenlopende omstandigheden waarin de landen verkeren, maar een overkoepelende doelstelling voor deze economieën moet zijn de weerstand tegen mogelijke toekomstige schokken te vergroten door de begrotingsposities en de deviezenreserves te versterken zolang de groei sterk is.
  • Werken aan gedeelde welvaart. Een goed functionerend multilateraal kader voor internationale economische betrekkingen is een ander belangrijk ingrediënt van sterke, duurzame, evenwichtige en inclusieve groei. Het nastreven van een nulsom-beleid kan alleen maar tot gevolg hebben dat alle landen worden benadeeld, zoals de geschiedenis heeft aangetoond. Omdat nationaal beleid onvermijdelijk op elkaar inwerkt en tot overloopeffecten tussen landen leidt, werkt de wereldeconomie veel beter voor iedereen wanneer beleidsmakers een regelmatige dialoog aangaan en binnen overeengekomen mechanismen werken om meningsverschillen op te lossen. Een op regels gebaseerd en open wereldhandelsstelsel is van vitaal belang voor de welvaart in de wereld, maar het moet worden ondersteund door binnenlands beleid om de aanpassing te vergemakkelijken, niet alleen aan de handel maar ook aan de snelle technologische veranderingen.

Samenwerken om te zorgen voor gelijke behandeling. Tegelijkertijd moet de internationale gemeenschap doorgaan met het aanpassen van het multilaterale stelsel aan de veranderende wereldeconomie. Een actieve dialoog en samenwerking zullen ertoe bijdragen de regels te verbeteren en te moderniseren, en tegelijk tegemoet te komen aan de geldige wensen van de landen. Dit proces zal blijvende wederzijdse voordelen en onpartijdigheid waarborgen. Samen met een krachtig binnenlands beleid zal het ook helpen voorkomen dat men zich op grote schaal uit het multilateralisme terugtrekt, hetzij door wijdverbreid protectionisme, hetzij door een concurrentiewedloop naar de bodem bij het toezicht op financiën en regelgeving, waardoor alle landen slechter af zouden zijn.

Tabel 1. Overview of the World Economic Outlook Projections
(Procentuele verandering tenzij anders vermeld)
Jaar-op-jaar
Q4 over Q4 2/
Geschatte Prognoses Verschil met WEO-prognoses van april 2017 1/ Estimate Prognoses
2015 2016 2017 2018 2017 2018 2016 2017 2018
Wereldproductie 3.4 3.2 3.5 3.6 0.0 0.0 3.2 3.5 3.7
Geavanceerde economieën 2.1 1.7 2.0 1.9 0.0 -0.1 2.0 1.9 1.9
Verenigde Staten 2.6 1.6 2.1 2.1 -0.2 -0.4 2.0 2.0 2.3
Europees gebied 2.0 1.8 1.9 1.7 0.2 0.1 1.8 1.9 1.7
Duitsland 1.5 1.8 1.8 1.6 0.2 0.1 1.8 1.9 1.5
Frankrijk 1.1 1.2 1.5 1.7 0.1 0.1 1.2 1.7 1.5
Italië 0.8 0.9 1.3 1.0 0.5 0.2 1.1 1.1 1.0
Spanje 3.2 3.2 3.1 2.4 0.5 0.3 3.0 3.0 2.1
Japan 1.1 1.0 1.3 0.6 0.1 0.0 1.6 1.2 0.5
Verenigd Koninkrijk 2.2 1.8 1.7 1.5 -0.3 0.0 1.9 1.4 1.4
Canada 0.9 1.5 2.5 1.9 0.6 -0.1 2.0 2.3 2.0
Andere geavanceerde economieën 3/ 2.0 2.2 2.3 2.4 0.0 0.0 2.5 2.1 2.7
Emerging Market and Developing Economies 4.3 4.3 4.6 4.8 0.1 0.0 4.2 4.9 5.2
Commonwealth of Independent States -2.2 0.4 1.7 2.1 0.0 0.0 0.6 1.5 2.0
Rusland -2.8 -0.2 1.4 1.4 0.0 0.0 0.3 1.5 1.8
Exclusief Rusland -0.5 1.8 2.5 3.5 0.0 0.0 . . . . . . . . .
Ontwikkelend en opkomend Azië 6.8 6.4 6.5 6.5 0.1 0.1 6.3 6.6 6.5
China 6.9 6.7 6.4 0.1 0.2 6.8 6.4 6.4
India 4/ 8.0 7.1 7.2 7.7 0.0 0.0 6.0 8.0 7.6
ASEAN-5 5/ 4.9 4.9 5.1 5.2 0.1 0.0 4.8 5.2 5.2
Ontwikkelend en opkomend Europa 4.7 3.0 3.5 3.2 0.5 -0.1 3.3 2.0 4.2
Latijns-Amerika en het Caribisch gebied 0.1 -1.0 1.0 1.9 -0.1 -0.1 -1.3 1.6 2.1
Brazilië -3.8 -3.6 0.3 1.3 0.1 -0.4 -2,5 1,5 1,7
Mexico 2.6 2.3 1.9 2.0 0.2 0.0 2.3 0.9 3.2
Midden-Oosten, Noord-Afrika, Afghanistan, en Pakistan 2.7 5.0 2.6 3.3 0.0 -0.1 . . . . . . . .
Saudi Arabia 4.1 1.7 0.1 1.1 -0.3 -0.2 2.2 0.6 1.4
Sub-Sahara Afrika 3.4 1.3 2.7 3.5 0.1 0.0 . . . . . . . . .
Nigeria 2.7 -1.6 0.8 1.9 0.0 0.0 . . . . . . . . .
Zuid Afrika 1.3 0.3 1.0 1.2 0.2 -0.4 0.4 1.3 1.1
Memorandum
Lage-Inkomensontwikkelingslanden 4.6 3.6 4.6 5.2 -0.1 -0.1 . . . . . . . .
Wereldgroei op basis van marktwisselkoersen 2.7 2.5 2.9 3.0 0.0 0.0 2.6 2.8 3.0
Wereldhandelsvolume (goederen en diensten) 6/ 2.6 2.3 4.0 3.9 0.2 0.0 . . . . . . . . .
Geavanceerde economieën 4.0 2.3 3.9 3.5 0.2 -0.1 . . . . . . . .
Opkomende markten en ontwikkelingseconomieën 0,3 2,2 4,1 4,6 0,1 0,3 . . . . . . . . .
Grondstofprijzen (U.S. dollars)
Olie 7/ -47,2 -15.7 21.2 0.1 -7.7 0.4 16.2 6.2 -0.8
Niet-brandstof (gemiddelde op basis van exportgewichten voor wereldproducten) -17.5 -1.8 5.4 -1.4 -3.1 -0.1 9.9 0.1 0.1
Consumentenprijzen
Geavanceerde economieën 0.3 0.8 1.9 1.8 -0.1 -0.1 1.2 1.7 2.0
Opkomende markten en ontwikkelingseconomieën 8/ 4.7 4.3 4.5 4.6 -0.2 0.2 3.7 4.0 3.9
London Interbank Offered Rate (procent)
Op U.S. Dollar Deposito’s (zes maanden) 0.5 1.1 1.6 2.2 -0.1 -0.6 . . . . . . . . .
Op Euro Deposito’s (drie maanden) -0.0 -0.3 -0.3 -0.2 0.0 0.0 . . . . . . . . .
Op Japanse Yen Deposito’s (zes maanden) 0.1 0.0 0.0 0.1 0.0 0.1 0.0 . . . . . . .
Noot: Aangenomen wordt dat de reële effectieve wisselkoersen constant blijven op het niveau van 3 mei tot en met 31 mei 2017. De economieën zijn gerangschikt op basis van hun economische omvang. De geaggregeerde kwartaalgegevens zijn gecorrigeerd voor seizoensinvloeden.
1/ Verschil gebaseerd op afgeronde cijfers voor zowel de huidige prognoses als de prognoses van de World Economic Outlook van april 2017.
2/ Voor de wereldoutput zijn de kwartaalramingen en -prognoses goed voor ongeveer 90 procent van de jaarlijkse wereldoutput tegen koopkrachtpariteitsgewichten. Voor de opkomende markten en de zich ontwikkelende economieën hebben de kwartaalramingen en -prognoses betrekking op ongeveer 80 procent van de jaarlijkse output van de opkomende markten en de zich ontwikkelende economieën, tegen koopkrachtpariteit.
3/ Exclusief de landen van de G7 (Canada, Frankrijk, Duitsland, Italië, Japan, Verenigd Koninkrijk, Verenigde Staten) en de eurozone.
4/ Voor India worden de gegevens en prognoses gepresenteerd op basis van het begrotingsjaar en is het bbp vanaf 2011 gebaseerd op het bbp tegen marktprijzen met FY2011/12 als basisjaar.
5/ Indonesië, Maleisië, Filipijnen, Thailand, Vietnam.
6/ Eenvoudig gemiddelde van groeipercentages voor export- en importvolumes (goederen en diensten).
7/ Eenvoudig gemiddelde van prijzen van ruwe olie in het VK Brent, Dubai Fateh, en West Texas Intermediate. De gemiddelde olieprijs in Amerikaanse dollar per vat bedroeg 42,8 dollar in 2016; de veronderstelde prijs op basis van de futuresmarkten (per 1 juni 2017) bedraagt 51,9 dollar in 2017 en 52,0 dollar in 2018.
8/ Uitgezonderd Argentinië en Venezuela.

Reageren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.